Vertellen op de vrijeschool
Vrijeschool

Verhalen vertellen – De vertelstof op de vrijeschool

Lichtje, lichtje ga nu schijnen,
want nu komt ons mooie verhaal,
Stil zijn, stil zijn lieve kinderen,
luister, luister allemaal .
Lichtje lichtje straal, nu komt ons verhaal.

In dit artikel:
waarom vertellen zo belangrijk en fijn is,
een overzicht van de vertelstof per klas,
boekentips voor de vertelstof per klas,
boekentips voor de jaarfeesten en per leeftijdsfase,
thuis-vertel-tips,
een vertelliedje,
een link naar Frans Lutters diepere achtergronden van de vertelstof
en een verzameling online ingesproken verhalen.

Bekijk mijn samenvatting van dit artikel via DIT filmpje.

Een van de fijnste momenten van toen ik nog als juf voor de klas stond, vond ik het moment voor het verhaal. Elke dag, aan het eind van de eerste uren periodeonderwijs ging het kaarsje aan in de klas, de gordijnen misschien een beetje dicht en er viel een deken van rust over de kinderen. En dan begon ik te vertellen.

Het raakt het hart

Het bijzondere is, als je een verhaal niet voorleest maar ‚by heart’ vertelt, dat je vanuit je verbeelding direct tot de kinderen spreekt. Je kan je lichaam inzetten om het verhaal te ondersteunen en je maakt oogcontact met de luisteraars. Juist door dat interactieve vertellen komt het verhaal werkelijk tot leven. Niet alleen de oren en het verstand krijgen input, maar het innerlijk (de ziel) komt in beweging. En zo wordt het verhaal meer dan mooie woorden, maar rijke voeding voor de ziel

Vertellen als moeder

Ook nu als moeder vind ik het verhalen vertellen iets extra bijzonders brengen voor de band met mijn kinderen. De kinderen lezen zelf en ik lees natuurlijk voor (klik hier voor boekentips), maar soms vertél ik ook een verhaal. Gewoon iets leuks of moois wat in mij opkomt, iets wat we aan de hand van bijvoorbeeld een vertelsteen samen verzinnen, een pedagogisch getint verhaal naar aanleiding van een bepaalde vraag of nood bij mijn kinderen of een verhaal wat ik gewoon ken.

Gister nog vonden mijn kinderen een steen met een kaboutertje erop. Een verhaal kwam tot leven, waarin we om een om een stukje verder verzonnen van de avonturen van de dwerg. Of laatst kon mijn kleuter de slaap niet vatten; te vol van zorgen en beelden die hem in de weg zaten. Ik kroop naast hem in bed en fluisterde in zijn oor het verhaal van De sterrendaalders. De ontspanning in zijn lijf en de vertrouwende connectie tussen ons was voelbaar. In uiterste tevredenheid kon mijn zoon in slaap vallen en ik zou durven wedden dat zijn droom hem bracht in een land vol stralende sterren.

Vertellen op de vrijeschool

Verhalen vertellen is onlosmakelijk verbonden aan het echte vrijeschoolonderwijs. Vertelstof wordt namelijk niet enkel gezien als goed voor de concentratie, de taalontwikkeling, de fantasie, de band tussen verteller en luisteraars, de algemene ontwikkeling, maar verhalen geven de kinderen ontwikkelingsstof waarin ze zichzelf op een dieper niveau herkent voelen en waar ze zich mee uiteen kunnen zetten en aan kunnen ontwikkelen. Elk schooljaar kent een eigen verhalen thema dat past bij de leeftijd en de ontwikkelingsfase van het kind.

Kleuterklas: (Baker) sprookjes
Klas 1:
 De sprookjes
Klas 2: De fabels en de heiligen legenden
Klas 3: Het oude testament
Klas 4: De Edda (De Noorse/Germaanse mythologie)
Klas 5: Oude culturen en verhalen uit o.a. India, Persië, Babylonië, Egypte en de Griekse Mythologie.
Klas 6: De Romeinen, de middeleeuwen, de Islam
Klas 7: De ontdekkingsreizen
Klas 8: De industriële revolutie, moderne biografieën.

Eenvoudig zou je kunnen zeggen dat de vertelstof een ontwikkelingsreis is van de mens door de geschiedenis. Van de oeroude beelden van de sprookjes tot de moderne biografieën. Van verhaal tot hedendaagse geschiedenis.

Frans Lutters schreef over diepere achtergronden van de verhalen die verteld worden. Over de spiegeling tussen de weg van het opgroeiende kind en de weg die de mens maakt tussen dood en het nieuwe leven in verbinding met de planeten. Zijn overwegingen vind je hier. 

Hieronder zal elke klas aan bod komen met daarbij het verband tussen de vertelstof en de ontwikkelingsfase van het kind.

Kleuterklas (4/5/6 jaar): Bakersprookjes

Bakersprookjes van Loïs Eigenraam
Sprookjes van de Gebroeders Grimm 

De kleuter leeft in een wereld vol fantasie en leert nog vooral door nabootsing. Nabootsing is niet het reine nadoen of na-apen van iemand, maar het, tot in het innerlijk meebewegen met de ander. De nabootsingskrachten zijn zo intensief dat ze diep in de ziel worden opgeslagen. Niet alleen de zichtbare dingen rondom het kind worden opgeslagen en nagebootst, ook de bewegingen, de klank in de stem, de intentie achter het gesproken woord, de warmte en betrokkenheid, zelfs tot in de moraliteit bootst het kind na. Een goede voeding voor het nabootsende kind is natuurlijk van groot belang.

De eenvoudige sprookjes spreken tot de verbeelding van het kleine kind net al bakersprookjes. Bakersprookjes zijn eenvoudige verhaaltje met veel herhalingen. Kleuters houden van herhalingen "nog een keer!" Het ritme van de verhalen en de herhalingen zijn heerlijk voorspelbaar en dat geeft een veilig gevoel aan het kind.

1ste klas (6/7 jaar): Sprookjes

Sprookjes van de Gebroeders Grimm 
Sprookjes door H.C. Andersen
Arabische sprookjes van Rodaan Al Galidi
Sprookjes van Moeder de Gans door Charles Peraullt
Sprookjes van Baba Jaga door A. Afanasjew

De klassieke volkssprookjes bevatten een rijkdom aan beelden waarin menselijke ontwikkeling en menselijke waarden tot uitdrukking komen. Het sprookje verteld vol wijsheid en humor over goed en kwaad, over verleiding en vernedering en geeft het beeld van de mens die tenslotte zegevierend tevoorschijn komt. Er heerst harmonie, vanuit die vertrouwelijke situatie moet op pad gegaan worden om te kunnen ontwikkelen. De ontwikkeling gaat door tot de synthese weer is hersteld, maar dan op een hoger plan.

De eerste klasser heeft nog heel gemakkelijk toegang tot deze beelden en neemt ze diep in zich op. De kracht van de sprookjes werkt ook door op de éénvorming van de individuele kinderen die samen zijn gekomen en tot een cohesieve groep gevormd moeten worden in de eerste klas.

Motieven uit de sprookjes worden in het periodeonderwijs en vaak ook in de vaklessen verweven.

2de klas (7/8 jaar): Fabels en legenden

Fabels van Jean de La Fontaine
Kantjil door Alet Schouten
Fabels van Aesopus
Russische Nicolaaslegenden van Remizov
Franciscus van Assisi
Christoforus, een legende van een heilige door J.hudig
Heiligen en hun dwarse gezellen van Siegwart Knijpenga

De tweede klasser kenmerkt zich door zijn lenigheid en vanzelfsprekende beweeglijkheid. Fabels zijn korte en geconcentreerde verhalen waarin menselijke eigenschappen zich in de gedaante van dieren vertonen: de wijze uil, de sluwe vos, de trotse haan. Het zijn levenslessen die verscholen zitten in de fabels, het leert de kinderen over goed en kwaad. De tweede klasser is soms net als een diertje. In de sociale contacten gaat het op avontuur uit om te onderzoeken wie de ander is en wat de ander kan. De tweede klasser heeft dan ook veel vluchtige en oppervlakkige vriendschappen.

Als contrast worden naast de fabels de heilige legenden verteld. Legenden zijn verhalen over goede, edele eigenschappen die de mens zich kan verwerven. Door moed, kracht, wil, rechtvaardigheid en door het helpen van de medemens, worden de hoofdpersonen in de legende heiligen. Als brug naar de fabels is de mens bij de legenden instaat het dier in zich te overwinnen en daardoor kan het met de nieuwe verworvenheden de dieren temmen; een thema dat veel voorkomt in de legenden. Een belangrijk ander thema in de heilige legende is de offerkracht van de mens, nu gaat het enkel om de idealen om iets goed te bereiken.

De kinderen herkennen in de verhalen iets van zichzelf en zonder dat er gemoraliseerd wordt, wordt het bewustzijn voor het goede handelen gewekt.

3de klas (8/9 jaar): Verhalen uit het Oude Testament

En het werd licht van Jacob Streit

De levensfase van de derde klasser karakteriseert zich met de gevoelsmetamorfose die de kinderen doormaken. Aan de ene kant is er nog het vertrouwen van het bekende, het is goed en er wordt voor je gezorgd; aan de andere kant brokkelt langzaam de muur rondom het kind af. In de derde klas wordt het begin ingeluid van de fase waarin het kind beseft dat er een duidelijke scheidslijn is tussen hem en de wereld om hem heen. Dit gevoel van leven in een niemandsland viert in de vierde klas hoogtij. In de derde klas kan het kind nog heerlijk in fantasie spelen en rust het op het basis gevoel van vertrouwen. Door de herhaling van de stof voelt het kind zich gesteund omdat het weet dat het iets goed kan.

De scheppingsverhalen uit het Oude Testament weerspiegelen de fase waarin de derde klasser zich bevindt. De verhalen vertellen hoe alles zijn naam kreeg, hoe de mens Gods verbod overtrad en daardoor het paradijs moest verlaten. God is streng en onverbiddelijk, je hebt te leven naar wetten die gegeven zijn en als je iets mis doet, ben je zelf verantwoordelijk voor de gevolgen. De rechtvaardige richtlijnen en geboden geven houvast en geborgenheid. De mens in het Oude Testament wordt bewuster en komt op eigen benen te staan. Het Joodse volk heeft de leiding van Jahweh, de God van het Joodse volk, en Mozes nodig om zijn bestemming, het beloofde land, te vinden. Een duidelijke parallel is te leggen naar de derde klasser die steeds bewuster wordt en leert op de eigen benen te staan. De leerkracht is de stuwende kracht voor de kinderen, zij volgen hem nog en laten zich meenemen op de wegen die de leerkracht hen biedt. In het Oude Testament is er nog geen scheiding tussen hemel en aarde wat goed aansluit bij de kinderen die nog zo open staan voor de wereld.

4de klas (9/10 jaar): De Edda

Goden en helden uit de Noorse mythologie door B. Bronston
Godenverhalen uit de Edda door D. Lindholm
De Goden de Germanen door J. de Vries
Noorse mythen en sagen door E. Mudrak

Rond het tiende levensjaar komt het kind in een compleet nieuwe levensfase. De kinderwereld valt uiteen en het ik-gevoel versterkt zich. Opeens beseft het kind een individu te zijn die recht tegenover de buitenwereld staat. Het kijkt opeens kritisch de wereld in en het ziet dingen die het nog nooit eerder had gezien. Doordat het kind opeens op zich zelf wordt terug geworpen, wordt het soms angstig en eenzaam. Ze hebben last van van alles, maar nog het meest van zichzelf. De wereld is niet meer zo onbezorgd en veilig als het was.

In de vierde klas krijgen de kinderen de scheppingsverhalen uit de Noors/Germaanse mythologie te horen. Deze scheppingsverhalen zijn veel ruwer en deels gruwelijker dan de verhalen uit het Oude Testament. In de Edda leveren de goden een voortdurende strijd tegen de reuzen.
De lichtende Godheid, Baldhur sterft, de godenschemering is aangebroken en uiteindelijk gaat Asgaard, het land van de goden ten onder. De komst van een nieuwe wereld wordt aangekondigd. Centraal in de Edda staat de wereldboom Yggdrasil, ofwel de ik-drager. Voor de vierde klasser is de boom een ijkpunt, een machtig beeld dat hem kracht en moed geeft in de roerige tijden.

De kinderen genieten van de verhalen van Thor met zijn hamer, de god van de donder. De kinderen leven mee met de angst van de goden voor de naderende ondergang, ze voelen zich begrepen en herkent in hun gevoelens, die in de strijd in de Edda telkens aan de orde komt . Net als de afbrekende godenwereld in de Edda, moet ook de vierde klasser afscheid nemen van de wereld met een gouden glans en moet het een nieuwe wereld betreden.

5de klas (10/11 jaar): Griekse mythologie

Ilias en Odyssee van Homerus
De Griekse tragedies van Simone Kramer
Ilias en Odyseseus van Imme Dros (Imme Dros schreef meer prachtige boeken over de Griekse mythologie)
Mythen uit het oude Griekenland van Hein L. van Dolen
De Griekse Mythen van Jan Bajtlik
Griekse mythen en sagen door G. Schwab
Het gulden vlies door Auguste Lechner
Ilias, de strijd om Troje door A. Lechner
De zwerftochten van Odysseus door A. Lechner

In de vijfde klas vormt de voornaamste verstelstof de Griekse mythologie, bestaande uit scheppingsmythen, heldenverhalen en de Ilias en Odyssee. Deze verhalen werken helend voor de onrust en de slechte gewoonten die in de vierde klas zijn ontwikkeld. De beelden worden naar binnen verwerkt en stromen dan in een eigen gemaakte gedaante weer de buitenwereld in. De verhalen van de Grieken vertonen het kenmerk dat mythologie overgaat in historie. De mythologische mens wordt steeds meer aardeburger. Een proces dat parallel loopt met de psychische ontwikkeling van de 5de klasser, want ook de vijfde klasser wordt wereldburger en leeft niet meer in de afgesloten kinderwereld. Het intuïtieve weten, door de goden geleid, moet steeds meer wijken voor het zelfstandig denken en het verstandelijk begrip. De mensen konden naar het orakel gaan voor hulp maar kregen dan altijd raadselachtige spreuken te horen die de mensen pas konden helpen nadat ze daar de oplossing voor hadden gevonden. Geschiedenis, wetenschap en filosofie vinden hun oorsprong in de Griekse cultuur.

De vijfde klasser voelt zich thuis in de wereld van de Grieken die veel gevoel hadden voor evenwicht, harmonie en schoonheid. Ook het fysieke lichaam komt in harmonie in deze leeftijd. Het ongeveer 11 jaar oude kind bevindt zich in een stilte tussen twee stormen; aan de ene kant de tiendejaars crisis, met de ik-inslag en aan de andere kant de naderende puberteit. Opvallende kenmerken van de vijfde klasser zijn de ontwakende intelligentie voor uiterlijke zaken zoals geld, producten en arbeid. Het kind leert causaal te denken en krijgt het vermogen van het waarnemen van de ander en het andere. De ziel wordt steeds zelfstandiger en komt in harmonie. 

In de vaklessen geschiedenis komen India, Egypte en Babylonië aan bod.

6de klas (11/12 jaar): Geschiedkundige verhalen uit de Romeinse tijd

Romeinse sagen en verhalen van O. Damstee
Hannibal van H. Lamb
Strijd om Rome van F. Dahn

Opvallende kenmerken van de zesde klasser zijn de individualisatie, het competentie gerichte gedrag, de wil om te discussiëren en de interesse naar de eigen achtergrond. Ook is het opvallend dat in deze leeftijd de jongens groepen gaan vormen, zich openen en met elkaar de krachten gaan meten, terwijl de meisje juist dromerig worden en in zichzelf keren.

De zesde klas is echt een eenheid geworden, van de leerkracht verwachten de kinderen stevigheid en rechtvaardigheid.
De mythologische tijd is na de Grieken uit de vijfde klas definitief voorbij; vertelstof is letterlijk geschiedenis geworden. In tegenstelling tot de Grieken hebben de Romeinen veel minder ontzag voor de goden. Ze hebben ook veel minder gevoel voor schoonheid en harmonie, maar veel meer behoefte aan functionaliteit. De Romeinen waren een hard werkend en ondernemend volk, van hun bouwwerken kun je in deze tijd de resten nog vinden en dit getuigt van een oersterke kwaliteit.
Zoals de Romein echt aardeburger is geworden, zo is de zesde klasser dat ook: drang naar expansie, zin voor logica en praktisch. Ze zijn vol werklust, willen geen onzin meer maar echt iets doen. In de zesde klas wordt geoefend met converseren en discussiëren op een gepaste manier en volgens de regels net zoals dat gebeurde bij de Romeinse tribunalen.

In de vaklesuren geschiedenis wordt in de zesde klas over de Middeleeuwen gesproken. Een belangrijke tegenstelling tussen de verhalen van Romeinen en de verhalen van de Middeleeuwen is dat de eerste zich kenmerkt door expansie en de tweede een tegenovergestelde beweging maakt; namelijk die van het naar binnen keren (kloosterleven, kathedralen). Aan het eind van de zesde klas is het mooi om in het verloop van de Middeleeuwen te vertellen over de Islam. De expansie van de Islam speelt zich af in dezelfde tijdsspanne als de Middeleeuwen, de verhalen over Mohammed schetsen prachtige beelden en geven inzicht in de rijke cultuur.

Online verhalen luisteren

In ieder van ons mensen schuilt een verhalenverteller. Soms moet je even durven de eerste stap te zetten en uiteindelijk klop het gezegde: oefening baart kunst! Mocht je nou toch niet in de wieg gelegd zijn voor het vertellerschap, heb ik hier een verzameling van mooi ingesproken verhalen voor de jonge kinderen (de lijst zal wekelijks aangevuld worden).

De jaarfeesten

Bij de vieringen van de jaarfeesten past uitstekend het vertellen van een mooi verhaal. Hieronder vind je een aantal boekaanbevelingen.

Verhalen

Het jaar rond 

  1. Het jaar rond van Elsa Beskow
  2. Schipper mag ik overvaren van Juul van der Stok
  3. De jaarfeesten van Fred Tak
  4. Het hele jaar rond van Sandra Klaassen
  5. Leven met het jaar van Christiane Kutik
  6. Het hele jaarfeesten Lente/Zomer van Lisa Wade en Daan Rot
  7. Het hele jaarfeesten Herfst/Winter van Lisa Wade en Daan Rot

Meer informatie over de jaarfeesten vind je HIER!

Lente

  1. De Wortelkindjes van Sybille von Opfers
  2. Van Lente tot Zomer van Lidwien van Geffen
  3. Lente van Gerda Muller
  4. Pelle’s nieuwe kleren van Elsa Beskow
  5. Pippa en Pelle in de lentetuin van Daniela Drescher
  6. Lentefeest van Diane Monson
  7. Laat mij het levenswater zoeken van Ineke Verschuren

Kijke HIER voor meer lenteideetjes inclusief nog meer lenteboeken.

Zomer

  1. Het bloemenfeest van Elsa Beskow
  2. Pippa en Pelle in de zomerzon van Daniela Drescher
  3. Zomer van Gerda Muller
  4. Zomeroogst van Diane Monson

Kijke HIER voor meer zomerideetjes inclusief nog meer zomerboeken.

Herfst

1. Okke, Nootje en Doppejan van Elsa Beskow
2. Het regent, het zegent van Peter Spier
3. Waar is het zuiden van P. MacDonnall
4. Van herfst tot winter van Lidwien van Geffen
5. Herbst van Eva-Maria Ott- Weidmann
6. Pippa en Pelle in de herfstwind van Daniela Drescher
7. De kabouterkinderen van Elsa Beskow
8. Herfst van Gerda Muller
9. De vier kaboutertjes in de herfst van Marianne Busser
10. Het is herfst – Kijk en zoekboek van Rotraut Susanne Berner
11. Bobbi naar het bos van Monica Maas
12. Bobbi in de herfst van Monica Maas

Kijke HIER voor meer herfstideetjes. Hier voor boeken voor Sint-Maarten.

Winter

  1. Het boompje van Hilde Scholten
  2. Tomte Tummetot van Astrid Lindgren
  3. Kerstmis in de stal van Astrid Lindgren
  4. Kerstfeest in het grote bos van Ulf Stark
  5. Berenkerstmis van A. Reichstein
  6. Winter van Gerda Muller
  7. Ole’s skitocht van Elsa Beskow
  8. Ka ik er ook nog bij van Loek Koopmans
  9. Waar komt de sneeuw vandaan? van Loek Koopmans
  10. Winterlicht van Diane Monsun
  11. Pippa en Pelle in de sneeuw van Daniela Drescher
  12. Maria’s kleine ezel van Gunhild Selin
  13. Het licht in de lantaarn van Georg Dreissig
  14. Een ster over de grens van Ineke Verschuren

Kijk HIER voor meer winterideetjes inclusief nog meer winterboeken.

Eén reactie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

%d bloggers liken dit: